Terug naar het overzicht

De bereiding van homeopathische geneesmiddelen

Als u bij de drogist een potje of flesje met een homeopathisch geneesmiddel koopt, dan staat daar een naam op met daarachter een code. U ziet bijvoor­beeld staan: Chamomilla D3, China D6, Apis D12, enzovoort. Een klassiek homeopaat kan geneesmiddelen voorschrijven als Lachesis C30, Ferrum C200 of Hepar Sulfuris LM2. De Latijnse naam vertelt van welke stof men is uitgegaan. Zo betekent Chamomilla dat het geneesmiddel van kamille is gemaakt. De lettercijfercombinatie achter de Latijnse naam zegt iets over de manier waarop het geneesmiddel is bereid, namelijk over het aantal keren dat er verdund en geschud is.

Men begint de bereiding van homeopathische geneesmiddelen door de gewenste stoffen oplosbaar te maken. Bijvoor­beeld door een aftreksel van een plant te maken door deze in alcohol te leggen of door het sap ervan uit te persen. Andere stoffen, bijvoorbeeld metalen, zijn moeilijk in water oplosbaar en moeten eerst worden fijngewreven voor ze bruikbaar zijn.

De volgende stap bestaat uit een afwisse­ling van verdunnen en schudden. Er zijn hierin drie belangrijke wijzen van bereiding te onderscheiden, die leiden tot drie verschillende soorten geneesmidde­len.

De verschillende bereidingsmethoden zijn:

  • D‑potenties
  • C‑potenties en M-potenties
  • LM‑potenties

Bij D‑potenties (D = Decimaal = 10), verdunt men steeds tien maal. Men gaat uit van de oorspron­kelijke stof, de zogenaamde oerstof of oertinctuur (aangeduid als Ø). Daarvan neemt men een deel en verdunt dit met negen delen alco­hol of water. Vervolgens schudt men de oplossing een bepaald aantal keer, waarna de eerste potentie is gemaakt (een oplossing van 1:10). Van deze D1 neemt men weer een deel, verdunt dit met negen delen alcohol of water, schudt honderd keer, en dan heeft men D2 (een oplossing van 1:100). Zo gaat men door tot aan D30 en D200 toe. De D-potenties worden niet vaak voorgeschreven door een klassiek homeopaat, maar meestal op eigen initiatief door de patiënt gekocht bij de apotheek.

De bereiding van C‑potenties (C = centimaal = 100) is vergelijkbaar, met dit verschil dat men in plaats van tien keer, honderd keer verdunt. Bij een deel van de oertinctuur doet men dus 99 delen alcohol of water, schudt een bepaald aantal keer en men heeft C1 (oplossing 1:100). Hiervan neemt men weer een deel met 99 delen alcohol of water, schudt honderd keer en men heeft C2 (oplossing 1:10.000). De meest gebruikte C-potenties zijn C30, C200, C1000 (ook wel M genoemd), 10M en 50M.

De bereiding van LM‑potenties (LM staat voor 50.000) is anders dan die van de D‑ en C‑potenties. Eerst wordt hiervoor een C3‑potentie gemaakt (1:1.000.000), maar in plaats van dat men nu verder gaat met steeds honderd keer verdunnen, verdunt men verder met een factor 50.000. Na iedere verdunning wordt bij deze potentiesoort steeds honderd keer geschud. Bij het gebruik van LM-potenties wordt er meestal met de potenties LM1, LM2 of LM3 in aangepaste dosis begonnen.

Wie zijn wij

De NVKH is een vereniging van professionele homeopaten. De bij de NVKH aangesloten homeopaten hebben een beroepsopleiding klassieke homeopathie gevolgd van 5 tot 6 jaar en stellen hoge kwaliteitseisen aan zichzelf. 

Contact NVKH

Crown Business Center
Tolnasingel 1 - C21
2411 PV Bodegraven

T: (0172) 49 95 95 
E: info@nvkh.nl